pagina is aan het laden even wachten
nederlands  engels  duits  frans
home > de Standaard > serama standaard - serama haan - serama hen


Serama Standaard - Serama haan - Serama hen



Standaard Haan
Standaard Haan



Standaard Hen
Standaard Hen



STANDAARD VAN DE SERAMA

Herkomst: Wereldwijd verspreid Maleisisch oorspronkelijk krielras. In 2001 in Noord-Amerika en enkele jaren later via Nederland naar Europa ingevoerd.

 

Algemeen voorkomen: Zeer klein, breed en compact krieltje met zeer typische en majestueuze lichaamshouding. In zijaanzicht vormen kop, hals en borst tezamen een S-vorm. Bijzonder vertrouwelijk en tam ras.

 

Raskenmerken haan:

Romp : kort, breed en diep, naar achter afhellend.

Hals : middellang, S-vormig naar achter gebogen; halsbehang rijkelijk ontwikkeld en tot ver over de schouders reikend.

Rug : zeer kort, breed, de ruglijn in zijaanzicht een V vormend tussen hals en staart.

Schouders : breed en goed gerond.

Vleugels : groot en lang, verticaal gedragen en de grond net niet rakend. De vleugelboegen iets van het lichaam uitstaand en de vleugeleinden iets naar binnen gedraaid. Grote slagpennen middelbreed en lang, de uiteinden niet volledig door de kleine slagpennen bedekt.

Zadel : breed; zadelbehang rijk ontwikkeld en de staartovergang vloeiend afdekkend.

Staart : middelgroot en bijna verticaal gedragen. Staartstuurveren breed en goed gespreid, door hun lengte boven de kop uitstekend en van achteren gezien in een omgekeerde V-vorm ingeplant. Hoofdsikkels lang, breed, sabelvormig en slechts zeer weinig gebogen; bijsikkels waaiervormig gespreid en middellang, de bovenste sabelvormig, de onderste licht gebogen. De voorzijde van de staart mag de kamhiel raken maar mag niet nier voor doorslaan (eekhoornstaart).

Borst : hoog, zeer goed ontwikkeld, vol, breed en goed gerond, sterk naar voor gedragen, zeer duidelijk voorbij de snavelpunt reikend.

Achterlijf : kort, donsrijk.

Kop : klein en iets naar achter gedragen.

Gezicht : klein, rond, fijn van weefsel, rood.

Kam : enkel, middelgroot, recht, voorzien van liefst vijf regelmatige en spitse kamtanden. De middelste kamtanden zijn ongeveer even hoog als het kamblad zelf. De kamhiel volgt de schedellijn niet.

Kinlellen : middelgroot, rond, fijn van weefsel.

Oorlellen : klein, ovaal, glad aanliggend; rood, iets inmenging van wit toegestaan.

Ogen : rond, levendig, oranje tot roodbruin.

Snavel : krachtig, licht gebogen; komt qua kleur overeen met de loopbenen.

Dijen : eerder kort, krachtig, evenwijdig en goed uit elkaar geplaatst.

Loopbenen : middellang zodat de vleugels verticaal kunnen gedragen worden; glad, regelmatig geschubd; voor de kleur zie `kleurslagen`.

Tenen : vier, recht, goed gespreid en regelmatig geschubd.

Bevedering : vol en goed ontwikkeld, aangesloten.

 

Raskenmerken hen:

Komt overeen met de haan op de geslachtsgebonden onderscheiden na.

Rug : de ruglijn eerder in de vorm van een smalle U, zadel goed gevuld.

Zware fouten m.b.t. raskenmerken:

Groot, plomp of smal van lichaam; lange rug; smalle of platte borst; horizontale lichaamshouding; te rechte kop-halslijn; kortbenigheid; slepende, te hoog of te ver naar voor gedragen vleugels; te lage of naar voor doorslaande staartdracht; sterk gebogen sikkels grove kopversierselen; overwegend witte oren.

 






sitemap | A | a | login | powered by OntwerpNu.nlhits 1177 | publicatie 22-8-2010 20:28:24 | laadtijd: 0,25 sec
HELAAS: Er is een fout geconstateerd! Er is automatisch een mail naar de webmaster gestuurd!